#6 EEN TIEN EN EEN HALF!

Tijdens een gezellige lunch praatte ik drie weken geleden bij met een goede vriendin.

Haar dochter van acht had net die dag haar rapport gekregen.

Voor aardrijkskunde en geschiedenis had ze voor de toetsen een tien min gehaald.

Maar op haar kerstrapport stond twee keer een acht.


‘Een acht?! Ze heeft toch voor beide vakken een tien min gehaald?’

Mijn vriendin had de juf om uitleg gevraagd.

Die verklaarde dat ze op het eerste rapport graag wat lager inzetten.

Dat was namelijk het beleid op school.

Mocht ze voor aankomende toetsen lagere punten of zelfs een onvoldoende halen, dan zou het verschil tussen de gemiddelden op het rapport wel erg groot worden.

En dat is dan ook zo sneu.

 

Ik voelde dat mijn haren tijdens het luisteren naar deze redenatie loodrecht overeind waren gaan staan.

Een golf van irritatie en ongeloof borrelde op mijn lijf.

Het was niet voor het eerst dat ik een dergelijke redenatie voorbij hoorde komen.

Ik herken deze redenatie van collega’s uit de jaren waarin ik in het onderwijs werkzaam was.

Een redenatie waartegen ik me altijd heb verzet.

Waarschijnlijk gevoed door mijn vader.

Hij was jarenlang docent aan een middelbare school en zei altijd tegen zijn leerlingen: ‘Ik heb tienen zat op voorraad. Als je ze verdient, dan krijg je ze.’

En hij gaf ze ook!

Ik denk dat hij zich zou omdraaien in zijn graf als hij dit hoorde.

 

Maar wat maakt nou toch dat er mensen zijn die de neiging hebben om een ander niet dat te geven wat hij verdient?

Het lijkt wel alsof er een (gecreëerde) neiging is om vooral te kijken naar waar iemand naartoe zou moeten groeien.

Er wordt zelfs alvast vooruitgekeken naar waarnaar iemand mogelijk kan afzakken.

Waarom?

Om mensen voor een mogelijke teleurstelling te behoeden?

Waarom niet kijken naar waar iemand nú is, wat iemand nú kan en wat iemand dus nú verdient?

Ik ga toch ook niet tegen een bakker die een brood voor €2,- verkoopt zeggen: ‘Het ziet er goed uit, ruikt heerlijk en smaakt verrukkelijk. Ik geef je nu €1,80. En als het nou de komende twee maanden zo goed blijft, krijg je van mij je €2,-.’

Dan zou iedereen me toch voor gek verklaren?

 

Al schrijvende denk ik opeens terug aan mijn meester van groep acht.

Zijn toets voor wiskunde, waarvoor je door een bonusvraag een elf kon halen, zal ik nooit vergeten.

Dat voelde cool!

En het motiveerde enorm.

Uiteindelijke haalde ik een tien en een half.

Het bewijs ervan ligt al bijna 30 jaar in mijn bewaardoos met belangrijke spullen van vroeger.

 

Mijn visie als het gaat om het uitdelen van punten/beoordelingen?

Geef kinderen en volwassenen gewoon dat waarvan ze zelf hebben laten zien dat ze het op dat moment kunnen en dus verdienen.

Is dat een volgende keer een lager punt/lagere beoordeling?

Nou en?

Dan kan diegene, als hij dat wil, zelf of met hulp van een ander aan de slag om het punt te verbeteren.

Volgens mij voorkom je zo dat je iemand voor de gek houdt (je geeft hem iets wat niet klopt), dat hij gedemotiveerd raakt (ik krijg toch niet wat ik verdien/waarvoor ik heb gewerkt, dus wat maakt het uit wat ik doe?) of dat hij de lat voor zichzelf te hoog gaat leggen (want als ik de volgende keer niet weer een tien haal, krijg ik zo meteen nog minder dan een acht op mijn rapport).

Kortom, je voorkomt frustratie.

 

 

Hoe denk jij hierover?

Ik ben benieuwd naar jouw mening.

Laat hieronder je reactie achter.

Reactie schrijven

Commentaren: 5
  • #1

    Ingrid Simon (donderdag, 05 januari 2017 21:59)

    Ik ben het helemaal met je eens.
    Je kunt niet altijd overal even goed in zijn, maar die keren dat je een perfect resultaat hebt laten zien, dan mag de daarvoor de waardering krijgen die je verdient. Als het de volgende keer iets minder goed ging, dan heb je dat zelf ook wel in de gaten.
    Ik heb ooit een 13 voor hoogspringen gehad, dat was ergens in de vorige eeuw, maar wat was ik trots!! Ik weet het nu nog steeds. Dat ik voor voetballen een onvoldoende scoorde verbaasde me ook niet, en vond ik ook niet erg.
    Tegenwoordig wordt vaak verwacht dat je overal voldoende voor moet scoren. Je moet Nederlands en Engels kunnen, en ook goed zijn in Wiskunde.
    Ik denk dat het belangrijk is dat je datgene doet wat je graag doet, dan wordt je er vanzelf goed in.

    Er wordt te vaak gekeken naar de ladder. Hoe hoog leg jij de lat? Hoe hoger hoe beter?!?
    Maar kijk op het punt waar je nu bent gewoon eens om je heen en geniet van het mooie uitzicht dat je hier hebt.
    Een uitspraak van Jochem Meyer.

  • #2

    Cor Brandwijk (donderdag, 05 januari 2017 22:15)

    Ik moet direct denken aan de mooie uitspraak.
    "Ik heb dat nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan"..
    De redenatie om kinderen te beschermen voor mindere scores later is erg krom. Van fouten (dus minder goede cijfers) leer je ook erg veel. Zeker als hier op de juiste manier mee wordt om gegaan. Een leeromgeving waar je fouten mag maken.
    Beloon kinderen voor hun harde werken ookal is het resultaat soms wat minder. Help ze daarna door het creëren van de juiste (leer)omstandigheden om te kunnen leren wat zij nog niet weten. Complimenten geven en stimuleren.
    Dat is, mijn inziens, de basis van fijn onderwijs. CB

  • #3

    Lucette (donderdag, 05 januari 2017 22:23)

    Ik heb in de afgelopen jaren denk ik een keer per jaar een 10.3, 10.8 of een keer zelfs 11.0 gegeven. Kinderen verguld, ik trots... blijkt dat je dit niet kunt invoeren in het systeem. Hadden ze dus een dubbele bonus en ging het cijfer van de vorige toets ook omhoog. Maar eerlijk gezegd heb ik het hartst gejuicht, echt gejuicht, toen de leerling die telkens 4 en en 5.4en haalde eindelijk een 6.6 haalde.

  • #4

    Lynda (vrijdag, 06 januari 2017 00:26)

    Helemaal met je eens! En leuk om te horen dat jouw vader ook zo was �

  • #5

    Marjo (vrijdag, 06 januari 2017 21:56)

    Geweldige visie en de referentie aan je vader vind ik nog geweldiger